Hoe werkt een vergistingsinstallatie?
De voorbereiding
Nadat het gft-afval aan huis wordt opgehaald, storten de ophaalwagens het gft-afval in de ontvangstbunker. In de bunker wordt met een automatische grijpkraan het afval naar een breker gebracht. Een breker zorgt ervoor dat het afval verkleind wordt. Daarna wordt het verkleinde afval naar een zeef gebracht. Gft-afval kleiner dan 60 mm valt door de zeef op een transportband en gaat dan naar de vergister. Onderweg passeert het afval een metaaldetector. Gft-afval groter dan 60 mm wordt opnieuw naar de ontvangstbunker gebracht, waar het nog een keer door de breker gaat en nog een keer wordt gezeefd. Wat te groot blijft, is meestal geen gft en gaat richting restafval.
In de ontvangstbunker komen ook houtachtige stukken en materiaal terecht dat het hele proces al een keer doorlopen heeft. Dit materiaal was niet voldoende gecomposteerd. Via een speciale transportband wordt dit direct naar de composteerhal vervoerd.
De vergister
Na de voorbereiding wordt het gft-afval vergist om er energie uit te kunnen halen. Het verkleinde en gezeefde materiaal wordt eerst voorgemengd met digestaat. Digestaat is gft-afval dat al een keer door de vergister is geweest. Het mengen gebeurt met een verhouding van 1/6de gft en 5/6de digestaat. Het gemengde materiaal wordt via buizen omhoog gepompt in een vergistingstank. Het vermengen van gft met digestaat en het oppompen van dit mengsel is een continu proces.
In de vergister breken miljarden bacteriën het gft-materiaal af. Tijdens dit proces komen er gasbellen vrij. Deze gasbellen worden via een leiding naar een gasballon gebracht. Als er voldoende gas in de ballon zit, start een speciale motor (een warmtekrachtkoppeling of WKK) met het produceren van elektriciteit en warmte. Een deel van de opgewekte elektriciteit wordt op het net gezet. Het vrijgekomen gas kan ook worden opgeschoond tot groen aardgas en zo ook op het gasnet worden gezet.
Het gft-afval blijft ongeveer 20 dagen in de vergister. Wat er van het gft-afval overblijft na dit vergistingsproces, noemen we digestaat. Het digestaat gaat voor een deel terug in de vergister. Een ander deel wordt via een transportband afgevoerd naar de composteerinstallatie.
De compostering
Via een overdekte transportband wordt het digestaat naar de composteerhal gebracht. Onderweg komt het de houtachtige stukken en het hercomposteerbaar materiaal tegen dat vanaf de ontvangstbunker direct naar de composteerhal werd gebracht.
In de composteerinstallatie wordt dit mengsel vijf weken bewaard zodat het kan composteren. Wekelijks wordt het met een groot rad omgeschept. Via de computer in de controlekamer hebben medewerkers permanent zicht op de vochtingsheidsgraad, de temperatuur en de ventilatie in de composteerhal.
De nabewerking en -rijping
Na het composteerproces wordt het organische afval gefilterd in drie soorten:
- Een grove fractie bestemd als biomassa. Dit zijn grote stukken die niet door de zeef zijn gevallen en die veel vervuiling bevat. Daarom wordt deze afgevoerd naar een verbrandingsinstallatie met energierecuperatie.
- Ent- en structuurmateriaal: dit zijn vooral takjes en materiaal dat nog niet voldoende gecomposteerd is en dus een langere tijd nodig heeft om te composteren. Dit materiaal doorloopt het hele composteerproces opnieuw.
- Compost (= het fijnste materiaal). De compost komt terecht in de narijpingshal, waar hij nog een vijftal weken blijft liggen en wekelijks wordt omgewoeld.